Progressie pupillen verbaast Marten Glotzbach niet

Als trainer van de meiden onder 17 zag Marten Glotzbach in twee jaar al negen van zijn pupillen naar het beloftenteam van ADO Den Haag Vrouwen promoveren. Een snelle doorbraak naar het hoogste niveau van een van de borelingen van kraamkamer Houtrust zou hem niet verbazen.

Toen ADO Den Haag Vrouwen twee jaar terug op Houtrust met twee eigen jeugdteams startte, nam Marten Glotzbach de meiden onder 16 onder zijn hoede. Dat deed hij samen met assistent- en keeperstrainer Gert-Jan Dupon, die vanaf het begin van de Eredivisie Vrouwen al deel uitmaakte van de staf van het eerste elftal van ADO Den Haag Vrouwen. Hoewel een eigen meidenteam nieuw was voor de door de wol geverfde trainer, had hij al wel veel ervaring met talentvolle meisjes opgedaan als docent van de gemengde 'voetbalklas' van het Segbroek College. "Die bestaat uit zo'n 40 jongens en 20 meiden. Die meiden staan net zo goed te popelen om op niveau te leren en te voetballen." Wat hem direct aansprak bij de meidenteams van ADO Den Haag Vrouwen, was dat die talenten een alternatieve route boden om het als voetbalster te maken. "Tot op dat moment hadden zij, vaak noodgedwongen, moeten meeliften in jongensteams."

Progressie pupillen verbaast Marten Glotzbach niet

Veelbelovend
In het eerste seizoen zag Marten zijn meiden direct veelbelovend presteren. Met goed voetbal bleven zij prima op de been tegen jongensteams. Twee speelsters (Danique Wühl en Laura Dankelman) promoveerden naar het beloftenteam. "Zij hebben dat verdiend door de manier waarop zij zich in hun team hebben geprofileerd."  De hele rest van de groep ging door als meiden onder 17. "Een reden daarvoor was ook dat als je een leeromgeving zo drastisch anders inricht, je voor lief moet nemen dat niet iedereen direct even hard vooruit zal gaan. Ook omdat er zowel voor de speelsters als voor hun ouders veel bij onze leerroute komt kijken, wilden wij iedereen minstens twee jaar de kans geven."

Het afgelopen seizoen hoopte Marten zijn team vooral fysiek en op het gebied van inzicht vooruit te zien gaan. "Dat hebben ze zeker gedaan, al is dat moeilijk meetbaar", stelt hij nu vast. Waar de meiden zich met name tegen moesten wapenen, was het fysieke overwicht van hun mannelijke tegenstanders. "Ondanks het betere veldspel, verloren we zo toch regelmatig een wedstrijd vanwege het feit dat een tegenpartij een bal wegschiet en er bij jou iemand wordt uitgelopen. Daar moesten wij mee zien om te gaan door ons fysiek en tactisch steeds beter te wapenen." Een belangrijk verschil met het spelen in een jongensteam is dat de meiden zich achter niemand kunnen verschuilen. "Als eenling in een jongensteam hadden zij meestal niet echt een leidende rol. Nu moesten zij zelf opstaan."  

Schoolvoorbeeld
Een van de speelsters die dat deed, was Manon van Raay. Als veel scorende spits werd zij al voor de winterstop overgeheveld naar de beloften. "Zij is letterlijk en figuurlijk een schoolvoorbeeld van iemand die alles heeft ingericht om zo hoog mogelijk te kunnen spelen. Zij komt uit Oudewater, maar heeft er twee jaar geleden voor gekozen om in Den Haag op het Segbroek naar school te gaan. "Daardoor kan ze meer trainen en wordt voetbal en school als dagprogramma gecombineerd, net zoals vroeger gebeurde op de CTO’s." 

Net als Manon verhuisde ook Jill van den Ende van haar plaatselijke school naar het Segbroek om zo school en voetbal nog beter te kunnen combineren. Ze zag dit jaar al haar inspanningen beloond: samen met ploeggenoot Louise van Oosten kwam ze uit voor het Nederlands elftal onder 16.

In het team van Marten onderscheidde Manon zich niet alleen door haar dodelijke effectiviteit voor het doel, maar ook door haar inzicht en aandeel in het spel. Bovendien is ze steeds onverstoorbaarder na het missen van kansen. "Daarin heeft zij duidelijk stappen gemaakt, ook met hulp van de mentale coach van ADO Den Haag Vrouwen."  Op het hogere niveau van de beloften is het dan weer even wennen. “Maar nu meer speelsters van onder 17 de stap naar de beloften maken, zal zij nog wat meer op haar gemak zijn en gaat ze ook daar laten zien een doelpuntenmachine te zijn."

Progressie pupillen verbaast Marten Glotzbach niet

Laten zien
In totaal telt het beloftenteam volgend seizoen negen speelsters afkomstig uit het team van Marten, onder wie twee talenten die nog 17 moeten worden. Hij is heel benieuwd wat zijn pupillen bij de beloften kunnen laten zien. "Afhankelijk van de omstandigheden zou het mij niet verbazen als er straks al iemand haar opwachting maakt in het eerste elftal. Uiteindelijk leiden wij daar ook speelsters voor op." 

Nadat het afgelopen jaar al twee speelsters uit onder 15 (Nikki van den Burg en Quinty Dupon) werden doorgeschoven, ziet Marten zijn eigen team komend seizoen verder aangevuld met talent van buiten. "Goede scouting heeft er voor gezorgd dat het team komend seizoen, op één uitzondering na, bestaat uit speelsters van 2004”. Al is dat geen doel op zich, er blijken dus voldoende talentvolle meiden in (West-)Nederland om ze al per geboortejaar te selecteren! "De meeste amateurverenigingen hebben er nog genoeg moeite mee om dat bij de jongensselecties voor elkaar te krijgen, dus dat zegt ook wel wat over de groei van het meidenvoetbal. En over de aantrekkingskracht van ADO Den Haag Vrouwen." 

Eigen visie
Dat de KNVB talentvolle meisjes nog steeds het liefst in jongensteams ziet voetballen, doet Marten niet twijfelen aan zijn eigen visie. "Die is altijd geweest dat je tot aan de middelbare school kinderen opleidt en helemaal geen onderscheid hoeft te maken tussen jongens en meisjes. Dat zou ik ook niet doen bij andere teamsporten. Zijn meisjes ouder, dan zou ik niet voorschrijven waar zij zich het beste kunnen ontwikkelen, maar dat aan het individu overlaten. Vroeger kon het niet anders want toen was er helemaal geen serieuze topopleiding voor meiden. Maar vergis je niet, voor meiden van 14 of 15 kan het spelen in een jongensteam ook een minder leuke beproeving worden. En dat heeft niks te maken met een gebrekkige mentaliteit van desbetreffende meid. Vraag maar eens aan Nadine Noordam hoe het was om over te moeten stappen naar een jongensteam van Westlandia, waar je als vreemde eend in de bijt de plek van een ander inneemt en maar moet afwachten of je speelt en op welke plek je komt te staan.” 

Als meisje in een jongensploeg wordt het ook lastiger om te leren wat het betekent om deel uit te maken van een team. "Je zit niet met de anderen in de kleedkamer, deelt minder mee in vreugde of teleurstelling of andere ervaringen na een wedstrijd. Je ziet ook best vaak dat ze een minder prominente rol krijgen binnen het teamproces op én om het veld. Nog los van de kans dat ze op een hoger competitie-niveau ook best in het tweede jongensteam terecht kunnen komen, waar randvoorwaarden en beleving vaak weer minder worden. Al met al spelen er dus ook factoren die de ontwikkeling van zo’n meid dan juist in de weg kunnen staan. Als (team!)speelster en als persoon ontwikkel je je dan juist niet optimaal.” Voor huidige Oranje-speelsters was de keuze in hun jeugd er simpelweg niet om bijna dagelijks met andere toppers in een meidenselectie te trainen en te spelen. "Toch wordt nu in interviews met Leeuwinnen nog vaak geromantiseerd aangehaald dat het toentertijd een bewuste keuze was om die leerroute bij de jongens te volgen. Elke leeromgeving verschilt en elk individu verschilt, dus het is onzin om in deze tijd meiden - en ouders - voor te schrijven dat ze zich zo goed mogelijk staande moeten zien te houden in een jongensteam.”

Doorontwikkelen
"Nederland is een echt opleidingsland. Op dat vlak moeten we altijd blijven doorontwikkelen. Dat betekent voor elke speelster – en speler - een optimale start in een gemengd traject, maar later ook kansen en mogelijkheden in een top-leeromgeving voor meiden die het allerhoogste niveau willen halen. Zoals gezegd zit de ene meid misschien wel langer op haar plek bij de jongens dan een andere, maar in ieder geval niet meer omdat het ”moet"! Voorlopig zal het nog wel zo zijn dat de (top-)meidenteams in jongenscompetities worden ingedeeld, aangezien er niet voldoende meidenteams van hetzelfde niveau zijn. Maar ik zie dat als zeer leerzaam voor ze want er moet steeds beter en sneller worden samengewerkt om vooral het fysieke verschil teniet te doen. Vanaf de Beloften-competitie kunnen alle talenten van Nederland zich vervolgens wel echt in een vrouwencompetitie met elkaar meten. Wat mij betreft is het de komende jaren belangrijk om steeds meer gediplomeerde trainers aan te trekken in de topopleidingen van het meidenvoetbal. Dat geeft weer een enorme impuls, waardoor weer meer meiden zich zullen aandienen bij de beloften van Eredivisieclubs."

Marten vindt het daarom nog steeds erg leuk om zijn steentje bij te dragen aan het topalternatief dat ADO Den Haag Vrouwen met haar meidenteams biedt. "Alles kan altijd beter! Maar het gaat er om dat we het als club steeds beter voor elkaar hebben en steeds weer talenten richting de top begeleiden. Onze talenten weten in ieder geval precies wat er straks van hen wordt gevraagd op topniveau. Als individu en ook als team. Ik ben reuze benieuwd maar verwacht binnen een paar jaar behoorlijk wat meiden in de Eredivisie te zien!” 

Datum: 18-05-20

SPONSOREN